KEF Blade Two na de herstart

KEF Blade Two na de herstart

Al eerder is de KEF Blade Two luidspreker aan de orde geweest. Demo modellen van de importeur, ditmaal de eigen modellen welke door Lexicom MultiMedia zijn ingekocht. Na langdurig inspelen kwamen wij tot de conclusie dat de Blade Two heel wat in zijn mars heeft, maar alleen als alle parameters om de luidspreker met elkaar kloppen. Door veel te luisteren, te tweaken met kabels en de zwaarste versterkers in de winkel in te zetten bloeide de Blade Two op en kwam tot grote prestaties.

De KEF Blade Two doet onwillekeurig terugdenken aan een Deense serie op Netflix waar een lerares er nogal onorthodoxe methodes op na houdt om leerlingen in het gareel te krijgen en te dwingen tot het behalen van het diploma (Rita). Met zachtheid en begrip wordt een leerling gemotiveerd, daarna stevig in de greep gehouden om tot een optimaal resultaat te komen. De KEF Blade Two werd met zachtheid gevoed vanuit een Lumin streamer/DAC en een Hegel voorversterker, in de grip gehouden door zware Hegel eindversterkers en tenslotte is een optimaal klimaat geschapen om de omgeving te laten zien dat de leerling hoogbegaafd is.

Een hernieuwde reis met de KEF Blade Two door ons muzikale album, langs zachte en tedere stemmen tot aan rauwheid, via jazz en klassiek naar pop. Een dag luisteren naar een fantastisch systeem dat in de afgelopen weken beter en beter tot zijn recht is gekomen in de winkel.

Hardware

De gebruikte elektronische componenten bestaan uit:

  • – KEF Blade Two luidsprekers van € 10.000,- per stuk
  • – Lumin T2 steamer/DAC van € 4.499,-
  • – Hegel P30 voorversterker van € 6.299,-
  • – Twee Hegel H30 eindversterkers van € 12.995,- per stuk
  • – Bonn N8 ethernet switch met Forester F1 voeding, beiden € 395,- per stuk

De KEF Blade Two is toepasbaar in een gemiddelde tot grote woonomgeving, meet 1461 x 338 x 475mm (HxBxD) en weegt ruim 35 kilo per stuk. De Blade Two heeft een viertal 165mm basunits met een aluminium conus, welke twee aan twee aan weerszijden van de behuizing zijn geplaatst. Gemonteerd op een hoogte waarmee zij één kunnen worden met de akoestische eigenschappen van de 125mm Uni-Q driver die het middengebied voor zijn rekening neemt. Samenwerkend met de in het hart van de UNI-Q geplaatste tweeter van 25mm om de hoge tonen te verzorgen. De basunits van de Blade Two zijn als paren geplaatst in een eigen deel van de behuizing, zodat staande golven worden voorkomen en demping tot een minimum gereduceerd kon worden. Het rug aan rug plaatsen van de basunits voorkomt dat de behuizing gaat werken als een klankbord en daarmee de micro informatie toch teniet zou doen. Aan de achterzijde van de Blade Two zijn twee basreflexpoorten te vinden ter ondersteuning van de woofers. De scheidingsfilters werken op 320 en 2.400 Hz. Filters bestaan uit de beste componenten en zijn op het oor getuned. Elk filter is hard-wired zonder gebruik van printplaten. Het aansluiten van de Blade Two kan met bi-wire of bi-amp via de WBT terminals aan de achterzijde. Met zijn nominale impedantie van 4 Ohm heeft de Blade Two profijt van een stevige versterker die veel stroom kan leveren. Het rendement van de Blade Two is 90dB.

De Lumin T2 streamer met interne DAC heeft veel van de technologie van de Lumin topmodellen uit de X1 serie meegekregen wat aan het uiterlijk al te zien is. De constructie van de kast met massieve gefreesde aluminium panelen doet een weergave vermoeden tot in de puntjes accuraat en zuiver. Voor de weergave is een nieuw processor platform ontwikkeld dat DSD512 mogelijk maakt en PCM bitrates accepteert tot 384kHz. Een dubbel uitgevoerde ESS Sabre ES9028PRO DAC chip converteert de digitale stream naar analoog. Digitale klok, voeding en interfaces voldoen uiteraard aan de hoge standaarden passend in de Lumin filosofie. De Lumin T2 is Roon ready, kent PCM en DSD up/downsampling, heeft een volledige MQA ondersteuning en speelt muziek van Tidal, Qobuz, TuneIn en via Airplay. Zowel digitale als analoge uitgangen zijn aanwezig (USB, BNC, RCA en XLR). De besturing van de Lumin T2 geschiedt volledig met de eigen App of werkt via Roon software.

De afwerking is zwart of naturel geborsteld aluminium, met afmetingen van 350mm (B), 345mm (D), 60mm (H).

In tegenstelling tot wat vaak als gangbare opinie rondgaat, is de voorversterker juist één van de meest moeilijke versterkers om te ontwikkelen. Tegelijk is het een heel belangrijk en kwaliteit bepalend component in een audiosysteem. Een reden daarvoor is het zwakke signaal dat bij binnenkomst gemakkelijk last heeft van ruis en vervorming. Het meest kritische van de schakeling is de volumeregeling en dat is in de Hegel P30 een meesterwerk geworden. De fysieke knop heeft alleen tot taak het gewenste volumeniveau door te geven aan een rij van op gigahertz werkende MOS-transistoren die het muzieksignaal door een weerstandennetwerk sturen om de versterking te regelen. Na de volumeregeling wordt het signaal door het versterkercircuit zelf geleid, waarin de Hegel SoundEngine technologie is opgenomen. Dat circuit, gecombineerd met handgeselecteerde FET transistoren zet de laagst mogelijke vervormings- en ruiswaarden op de kaart. Eigenlijk gaat het muzieksignaal maar door twee transistoren en 1 tot 3 weerstanden in de P30.

De Hegel H30 is ontwikkeld als mono eindversterker met een machtig vermogen van 1.100 Watt, hij is tevens in te zetten als stereo eindversterker en levert dan aan 8 Ohm nog steeds 350 Watt per kanaal en aan 4 Ohm tweemaal 675 Watt. Om vervorming tot een absoluut minimum te beperken maakt de Hegel H30 gebruik van de gepatenteerde SoundEngine technologie. JFET en MOS-FET transistoren verzorgen daarvoor de eerste twee versterkertrappen, de ingang en de driverstage. De met de hand geselecteerde transistoren zijn in een gebalanceerd circuit gebruikt met dubbele voedingstransformatoren. Om u een idee te geven, de afmetingen van elke H30 zijn 21 cm x 43 cm x 55 cm (HxBxD) en hij weegt 45 kg. De Hegel H30 is leverbaar in zwart of zilver, kleuren die combineren met de P30 voorversterker.

In de Silent Angel Bonn N8 ethernet switch maakt de fabrikant gebruik van een voor Thunder Data ontwikkelde TCXO (Temperature Compensation Crystal Oscillator) met een nauwkeurigheid van 0.1ppm, hetgeen vele malen nauwkeuriger is dan een normaal kristal in een standaard ethernet switch. De Bonn N8 heeft acht 100/1000 Base-T gigabit ethernet aansluitingen voor het aansluiten van uw eigen opslag (NAS), streamers, NUC en router. De Silent Angel Bonn N8 brengt aan de uitgangen een laag ruisniveau en zou volgens de fabrikant nauwelijks last hebben van invloeden van buitenaf. Twee circuits in de stroomvoorziening reduceren de ruis met -17dB, twee circuits in de voeding van de klok nog eens met -20dB. Om ruis tegen te gaan in de digitale circuits heeft de Bonn N8 een EMI absorberend materiaal onder de printplaat aangebracht.

De Silent Angel Forester F1 lineaire voeding claimt eigenschappen als totale afwezigheid van ruis, voorkomen van corrupte data en hij levert altijd voldoende stroom aan de switch. De gebruikte ringkern transformator heeft als voordelen een geringer strooiveld ten opzichte van een ander soort trafo, kan snel veel stroom leveren, is efficiënt en is kleiner van formaat. Het symmetrische stroomcircuit elimineert net als in elke gebalanceerde schakeling eigen ruis omdat de twee delen in tegenfase werken. MOSFET’s controleren de uitgangsspanning en zorgen dat deze stabiel op 5 Volt wordt gehouden. Omdat een MOSFET sneller reageert dan een normaliter ingezette spanningscontroller is rimpel in de uitgangsspanning geringer.

Bekabeling

De gebruikte kabels waren:

  • – Thunderbird Zero luidsprekerkabel van € 5.600,- per paar van 3 meter
  • – Wind XLR interlink van € 2.299,- voor een stereo paar van 1 meter
  • – Water XLR interlink van € 699,- voor een stereo paar van 1 meter
  • – Diamond ethernetkabel van € 999,- voor een lengte van 0,75 meter
  • – Twee Dragon High Current netsnoeren van € 5.399,- per stuk voor een lengte van 1 meter
  • – Furutech DPS-4.1 netsnoer met FI-50 R en FI-E50 R connectoren van € 1.398,- voor 1,8 meter
  • – Furutech FP-TCS31 netsnoer met FI-28 (G) en FI-E38 (G) connectoren van € 369,- voor 1 meter

De AudioQuest Thunderbird Zero luidsprekerkabels worden geconfectioneerd geleverd. De aders zijn gemaakt uit massief 5,26mm2 PSC+ koper. De multi-layer carbon laag in de isolatie zorgt voor het afvoeren van ongewenste ruis in de kabels en om de kabel in optimale conditie te houden wordt het 72Volt DBS carbon systeem gebruikt.

De AudioQuest Wind XLR interlink gaat van de Lumin T2 naar de Hegel P30 voorversterker.

De geleiders van de Wind analoge interlink zijn gemaakt uit massief zilver waarvan de oppervlakte is gepolijst, een proces dat AudioQuest benoemt als Solid Perfect-Surface Silver (PSS). Geleiders gevat in FEP buisjes dat zich gedraagt als met lucht isolatiemateriaal. De connectoren zijn aangeknepen voor het beste contact en gebruiken zilver aan de oppervlakte over de koperen pinnen. Een 72Volt DBS is standaard.

De AudioQuest Water XLR interlink zit tussen de Hegel P30 voorversterker en de Hegel H30 monoblokken. Deze interlink maakt gebruik van massief koper PSC+ geleiders in polyethyleen buisjes als isolatiemateriaal. De connectoren zijn aangeknepen voor het beste contact en gebruiken zilver aan de oppervlakte over de koperen pinnen. Een 72Volt DBS is standaard.

De AudioQuest Diamond ethernetkabel maakt als enige ethernetkabel in het assortiment gebruik van het 72Volt DBS systeem om de kabel in optimale toestand te houden. De geleiders zijn gemaakt uit 100% Solid Perfect-Surface Silver (PSS), gevat in polyethyleen met een hoge dichtheid. De kabel wordt aan beide zijden afgewerkt met Telegärtner RJ/45 connectoren. Deze kabel zit tussen de Bonn N8 switch en de Lumin T2.

AudioQuest Dragon High Current netsnoeren zitten aan de beide Hegel H30 versterkers om die van stroom te voorzien. De drie geleiders (fase, nul, aarde) zijn individueel opgebouwd tot aan de laatste laag isolatie en pas daarna zijn de drie aders gevlochten tot één geheel. Wederom zijn de geleiders gemaakt uit 100% Solid Perfect-Surface Silver (PSS). De voor AudioQuest geoptimaliseerde connectoren zorgen voor de laagst mogelijke overgangsweerstand tussen kabel en apparaat. 72Volt DBS is uiteraard op dit kostbare netsnoer standaard. AudioQuest maakt er een punt van om alle ongewenste signalen uit de omgeving en uit de netspanning af te voeren naar aarde, zij noemen dat Ground-Noise-Dissipation en in deze hoge kwaliteit zorgt AudioQuest dat de kabel elektrisch een Zero impedantie heeft zodat de maximale hoeveelheid stroom ongehinderd door de kabel vloeit.

Het Furutech DPS-4.1 netsnoer met FI-50 R en FI-E50 R connectoren is ingezet aan de Lumin T2 en heeft geleiders bestaande uit OCC-DUCC koper met een doorsnede van 4 mm2 per geleider. De geleiders zijn geïsoleerd met FEP en daarover PE. Een scherm van geweven OFC, OFC folie en papier vormen een afscherming onder een laag PVC. De Furutech DPS-4.1 Power Cable is een bulk spanningskabel, bij voorkeur voorzien van FI-50 R en FI E50 R stekkers. Furutech FI-50 R piëzo keramische connectoren zijn gemaakt uit meerlaags niet-magnetisch roestvast staal in een carbonfiber shell, gedempt met een isolerende acetaat copolymeer laag. In de body van de connectoren zijn nano keramische deeltjes en carbon verwerkt als actief materiaal voor omzetten van trillingen in warmte. Nylon en glasfiber zorgen voor een gedempte, stevige mechanische en elektrisch niet resonerende connector body. De contacten zijn van zuiver koper met een rhodium afwerking.

Het Furutech FP-TCS31 netsnoer met FI-28 (G) en FI-E38 (G) connectoren is gebruikt aan de Hegel P30 voorversterker. Ook de Furutech FP-TCS21 Power Cable is een bulk spanningskabel, bij voorkeur voorzien van FI-28 en FI E38 stekkers. Het materiaal van de kabel bestaat uit 99,996% zuiver koper met een diameter van 1,9mm per geleider gehuld in een PVC isolatie. Een afscherming van 0,12mm OFC is geweven om de geleiders waarna een buitenmantel van PVC is aangebracht. De gebruikte connectoren voldoen aan de hoge eisen die Furutech zichzelf stelt. Daaronder vallen zaken als geleidbaarheid, hoge contactdruk, lage overgangsweerstand, bescherming tegen EMI en RFI en een degelijke aarde. Met de interne “Floating Field Damper” worden magnetische velden in de connector kortgesloten door een metalen brugconstructie om vervorming tegen te gaan. De stekkers zijn afgewerkt met een goudcoating.

Een rustig begin

Vandaag begin ik met Sofie Sörman en haar Zweedse traditionals opgenomen op de CD “Vindarna”. Teksten waar ik geen woord van kan verstaan, ondersteund door muziek van piano, bas en slagwerk. Traditionals met een heleboel jazz invloeden. De bas links van de dame wordt overduidelijk geplukt zo laat snaar voor snaar horen. Het is een echte bas en geen basgitaar. Het slagwerk staat in het midden achter de zangeres. Trommels verkrijgen een indrukwekkende echtheid mee, waarschijnlijk vanwege de grenzeloze hoeveelheid energie die de Hegel’s in de Blade Two kunnen pompen. Piano zweeft tussen de bas, het slagwerk en de stem door. Een stem welke als een rots tussen de luidsprekers blijft staan en geen centimeter beweegt als dat niet in de opname zit. Helder en verstaanbaar, krachtig en toch met veel emotie en tederheid. Het is muziek om op weg te drijven, het hoofd leeg te maken en over je te laten komen. Precies wat dit systeem doet, ongeacht of het volume omhoog gaat of op een lage stand staat. De opening van de ochtend staat en is dit de belofte voor de rest van de dag, dan krijg je mij deze stoel niet meer uit de komende uren. Wat is het toch heerlijk om te werken met een groot systeem waarin een paar forse luidsprekers het werk doen. Niet beperkt in de bas vanwege de kastinhoud, met een fraaie afstraling vanwege de slanke vorm, een volledige integratie van midden en hoog vanuit een puntbron. Niet gestoord door iemand op de maandag omdat de winkel is gesloten laat ik Sofie nog wat meer zingen, afscheid nemen van haar valt zwaar.

Ik ontkom er niet aan om wat muziek te draaien die de vorige keer aan bod kwam, zoals Eva Cassidy met “Nightbird”. De herinnering van destijds terughalen kan alleen door mijn eigen tekst te lezen realiseer ik mij heel snel. Waarbij de subtiele indrukken van destijds helaas zelfs niet tussen de regels staan omdat ze zo moeilijk in woorden te vatten zijn. Dus een verse indruk van deze prachtige stem waar de Blade Two wel weg mee weet. Heel open zingt Eva, zuiver als een engel, wat zij helaas geworden is na haar veel te vroege overlijden. Wat is bewaard is prachtig mooi en hartveroverend. Zeker als ze zingt met slechts haar eigen gitaar als instrument naast de stem. Er is het nodige geschut in stelling gebracht om dit weergave niveau te halen, het is daarmee wel indrukwekkend geworden. De eindeloze kracht komt los, nergens een spoor van compressie. Ook niet als het publiek klapt. De kleine zaal herbergt niet zoveel mensen, daardoor zijn zij als individuen neergezet in de ruimte van Lexicom MultiMedia. Op “What a wonderful world” zitten wat meer instrumenten, zacht slagwerk, een bas, nog altijd gitaar. Het wordt met KEF inderdaad een wonderful world. Prachtig hoe de stem zich los kan maken van de band, hoe zacht en toch indringend tonen uit de luidsprekers vloeien, hoe een eenheid ontstaat voor mij die nauwelijks onderdoet voor hoe het in de kleine zaal moet hebben geklonken. Nooit iets gehoord van Eva Cassidy? Kom eens langs en laat uw oren verwennen in deze opstelling. In alle eerlijkheid, dit is misschien wel de beste opstelling waarop ik Eva heb gespeeld. In technische zin, KEF weet nog geen tranen te trekken en ik let meer op zuiverheid, klank, expressie, dynamiek en al die andere zaken die er toe doen dan naar wat Eva te vertellen heeft.

Van jazz naar klassiek

Vorige keer heb ik de CD “Quiet winter night” van het Hoff Ensemble naar voren gehaald en enigszins mopperig gemeld dat de drums waren opgenomen in een echoput om ruimte het scheppen. Deze opstelling is preciezer waardoor de ruimte wel blijft bestaan, dit keer zonder de bijsmaak. Muziek en instrumenten vallen nu inderdaad samen, waarbij de drums niet langer klinken als te groot en overweldigend, ze staan in een natuurlijke ruimte van flinke afmeting. Verder af van zang en piano. Met bekkens die heerlijk lang naklinken en een basdrum die onmiskenbaar diep gaat. Slagwerk is snel, een contrast met de langzame zang, de trompet van Mathias Eick en de lange pianonoten van Jan Gunnar Hoff. Er ontstaat een dromerige sfeer waarin je weg zinkt. Niet gehinderd door een valse noot, een technische tekortkoming van een enkel element in het systeem of de akoestiek van de winkelruimte.

Een cello concert van Ophélie Gaillard en het Pulcinella Orchestra ontrolt het orkest virtueel voor mijn ogen. Gezien de impact zit ik op één van eerste rijen in een niet al te grote zaal. Het orkest speelt heel levendig en vol details een werk van Vivaldi. Ophélie maakt zich daarvan los voor de solo partijen, gedreven en levendig in het eerste deel. Cello is goed in klagen en dat laat zich beluisteren in het “Largo” waar de gestreken snaren zingen onder de strijkstok. Waar diepere tonen spelen geeft de KEF geen krimp en benadrukt geen enkele frequentie waarmee een gevoel van dreunen laat staan bonken zou worden opgewekt. Toch is er druk en kracht, maar op een natuurlijke manier en passend in de prachtige muziek. Als violen links en rechts achter de cello opduiken zijn die helder zonder scherpte. Geen krassen, evenmin een doodgeslagen viool om een te harde tweeter te temmen. De Blade Two blijft een evenwichtige balans vertonen gedurende het gehele concert zonder een valse noot op de luisteraar af te sturen. Aan het eind van het werk valt ineens op hoe rumoerig het orkest is in de ruimte, er wordt heel wat lucht verplaatst zonder dat je het in de gaten hebt tot het spel stopt net voordat in de opname de microfoons worden dichtgedraaid. Een klassieke stem in een volgend deel wordt wat te overweldigend en het volume gaat een streep lager om het mooi en aangenaam te houden. Het is geen kleine stem, net als het orkest van dichtbij opgenomen en daarmee indringend. Een alt/mezzo sopraan met een flink volume, het is Lucile Richardot die het “Andromeda liberata” zingt met de cello van Ophélie doordringend achter haar.

Lang Lang lange pianonoten

Lang Lang speelde voor Sony van Franz Liszt een werk dat heet “Consolation No. 3 in D flat major”. Ik heb er even aan moeten wennen. De hand die de melodie speelt is rustig en laat tonen langzaam wegsterven, de andere hand pakt de hoge noten op een manier die mij deed denken aan morse piepjes. Het schrille contrast tussen de twee handen pakt heel goed uit op de KEF Blade Two en indien op het juiste volume gehouden snap ik de schoonheid van het spel van Lang Lang veel beter dan toen hetzelfde werk tijdens een demonstratie veel te hard werd afgedraaid. Wat de set mij voorschotelt is een vleugel op het juiste formaat, bestaande uit snaren en een romp, waarachter een virtuoos pianist gezeteld is. Ik word er een beetje stil van. Alexandre Tharaud speelt werken van Erik Satie, mooi maar niet in de kwaliteit van Lang Lang ben ik bang. De KEF laat duidelijk horen dat twee vleugels totaal van elkaar kunnen verschillen. Dat de opname ruimte een rol speelt, de plaatsing van de microfoons etc. Tharaud kan heerlijk spelen, edoch let ik meer op de natuurlijke klank van de vleugel, het uitsterven van tonen, de snelheid van de aanslag en aanverwante zaken dan dat het spel mij grijpt. Dat heb ik op andere luidsprekers toch vaak meer, het opwekken van emotie. Gelukkig weet een volgend deel mij dichter naar de muziek te brengen en raakt mij meer in het hart. Het komt dus toch goed tussen Tharaud en mij op de Lumin/Hegel/KEF combinatie. Wat blijft is het in technische zin geboden inzicht op het spel, de opname en de vleugel. De KEF laat onvermoeibaar beluisteren wat er is bedoeld in de studio en de mastering. Het natuurlijke element van de lage tonen waarvoor de romp van de vleugel wordt aangesproken is dragend in het geheel. Nooit te zwaar, nooit te licht van toon. In balans en zuiver, goed strak in de hand gehouden door de gebrugde Hegel eindversterkers.

Old boys

Benoem het gerust als “oude mannen popmuziek”, wat het waarschijnlijk ook is en dus wel past bij mijn leeftijd, het blijft lekker om Dire Straits te draaien. Een album als “On every street” hoort in elke collectie te zitten. Ook al is Knopfler geen geweldige zanger, zijn stem is herkenbaar. Het gitaarspelen gaat hem heel wat beter af en als de band meewerkt met bas, orgel, drums en meer dan ontstaat een feestje. “Fade to black” zet gitaren tot ver buiten de opstelling van de luidsprekers neer. Waarbij de KEF’s net als op alle tracks tot nu toe de muziek helemaal los laten komen. “The bug” hamert op hoog volume elke noot de oren in. Stilzitten is geen optie, je moet wel meebewegen op de maat. KEF met zijn lange historie speelt met gemak popmuziek op hoog volume, zachtjes als het laat in de avond is. Al liggen de KEF roots in klassieke muziek van de BBC, de ontwerpers en de fabriek zijn met hun tijd meegegaan. Sneller dan in de jaren 60 en 70 waar popmuziek een vies woord was in menige serieuze winkel voor de betere audio. Knopfler is het meest bekend van Dire Straits, vergeet echter niet de mooie muziek die hij componeerde voor films als “Local hero” en “The princess bride”. Tracks daarvan spelen zich inderdaad als een film af op de KEF Blade Two. Met een heel andere instrumentkeuze en soms bijna klassiek aandoend. Waar voor film de lage tonen vaak belangrijk zijn laat de KEF zijn tanden zien, moet het beheerst zijn dan is het dat, wil de maker een overweldigende bas dan krijgt hij die. Het begint mij trouwens op te vallen dat het steeds lastig was en lastiger wordt om van het ene naar het andere album te springen. Een goed teken, want dan boeit de Blade Two en maakt hij mij noch nerveus noch irriteert de luidspreker of enig ander component in de opstelling. Laat de muziek vrij, ik geniet er wel van.

Losse flodders schieten raak

Vorige keer schoot ik wat losse flodders door het systeem, goed plan om dat weer te gaan doen. Kent u het nog: “Stimela” van Hugh Masekela? In stukken gedraaid op beurzen en vroeger thuis. De tekst in het intro is perfect verstaanbaar. Wat de KEF doet na het intro is indrukwekkend, wat een power levert dit systeem, nog altijd met twee vingers in de neus, zo soepel en zo grenzeloos hoor je zelden muziek spelen buiten een zaal waarin een PA systeem staat. Een vrachtwagen aan vermogen zoals de Hegel H30 kan leveren is een zegen voor elke luidspreker. Wende met “Au suivant” op dit systeem is een beleving, niet meer niet minder. Snelheid en dynamiek vechten om aandacht. Mijn hemel wat slagwerk hier laat horen grenst aan het unieke. Muziek rauw, ruig en toch volkomen in de hand gehouden. Wat een stem ook van de dame. Spontaan dansen accessoires de kasten van Lexicom MultiMedia uit om mee te doen. Klein en teder na het geweld, dat is Angelina Whismes met “Nantes” wel. Accordeon, zang, piano, het verdriet beleefd in Nantes wordt bezongen. Raakt in het hart, verwarmt de ziel. Dat kan dus ook gespeeld worden: de zachte passages waarin sfeer het wint van rauwheid. Nog een gouden oude, Ray Charles en Natalie Cole met “Fever”. Leuke afsluiter van de dag met een lekkere bite van Cole, de diepe stem van Charles. Het plezier straalt van de set, zowel van de artiesten als van de componenten. Onderhand krijg ik koorts van hebberigheid, zelfs al kan ik de Blade Two niet eens kwijt in de woonkamer. Met een diepe zucht draai ik voor de laatste keer het volume dicht. Althans dat was het plan, toch nog een CD van Rebekka Bakken er achteraan. Stoppen valt niet mee voor een liefhebber van mooie muziek op een geweldig systeem.

De kers op de appelmoes

Spelen met de KEF Blade Two is een beleving, het tunen en opdrijven van de weergave naar een steeds intenser niveau een reis waarvan het doel onbekend is. De beloning des te groter naarmate meer tijd en energie in het tunen wordt gestoken. Terecht is de vraag waarom een luidspreker systeem van € 20.000,- nog eens een drievoudige investering vraagt om naar de top te stijgen. Het antwoord is eenvoudig: de KEF Blade Two is in staat elke verandering in de bron, versterking, kabels en stroomvoorziening te laten horen. Niet vaag en misschien, nee duidelijk er helder. Het vervangen van netsnoeren aan de Hegel H30 monoblokken door de kostbare AudioQuest Dargon High Current was zo’n belevenis. De hoeveelheid energie die vrijkomt, het steeds verder opentrekken van het stereobeeld, de tonale juistheid, het zijn elementen die van een set een topsysteem kunnen maken. De weg afgelegd met de Blade Two is gestart met de demo modellen van de importeur en vervolgd met de eigen modellen van Lexicom MultiMedia. Het eindresultaat is verslavend en niet voor niets staat het paar Blade Two vaak prominent aangesloten. Voor het plezier van bezoekers, voor het eigen plezier. Wat begon als: “tja, mooie speaker” is veranderd in bewondering. Uiteraard is het mede aan Lumin en Hegel te danken dat het zo fijn speelt, dat muziek van teder en zacht tot aan verbaal en haast fysiek geweld mogelijk is. Het zou zomaar kunnen dat uw reis ook begint met de KEF Blade Two en dan zijn wij heel benieuwd waar uw doel komt te liggen. De Blade Two heeft zich gedragen als de moeilijke leerling waar ik het over had in de inleiding, inmiddels staat de hoogbegaafde zijn mannetje en is het karakter verworden tot een prijzenswaardige eigenschap.